Ik wil wel, maar ik kan niet!

Na alle drukte met mijn werk voor Het Beelddenkende Brein en natuurlijk ook nog mijn eigen coachingspraktijk Miranda Meijer.NL in de maanden augustus tot november was bij mijn lijf ineens de maat vol. “Body says no!” zou je er in koeieletters op kunnen lezen. Niet dat ik nu totaal niets meer kon, maar het was wel duidelijk dat ik meer gevraagd dat dan het aan kon. Of beter: op dat moment meer vroeg dan het aankon.

Logopedie
Tijdens het geven van de compacte Kernopleiding 5-daagse in augustus was ik erachter gekomen dat mijn stem toch niet zo in topvorm was. Beetje keelpijn na een hele week praten. Maar ook totaal vermoeid omdat ik het niet meer gewend ben om 5 hele dagen achter elkaar door met mijn werk, met mensen, met lesgeven bezig te zijn. Ik heb wat dat betreft over het algemeen best een relaxte agenda. Dat komt omdat ik sinds mijn burn-out in 2013 mijn manier van leven totaal overhoop gehaald heb. Als beelddenker ben ik me er heel erg van bewust dat alles met elkaar verbonden is. En als ik dus 1 ding verander, logischerwijs alles wat daaraan verbonden is ook veranderd moet worden.
Alleen zo eens per jaar laat ik me toch weer meesleuren door al die mensen om mij heen die in een soort sneltreinzitten. Die trein dendert maar door en lijkt nooit te stoppen. Sommigen zitten in een stoptrein. Die doet dat tenminste nog meerdere stations aan, om even op adem te komen alvorens ze weer verder rijden. De meeste mensen in onze samenleving hebben chronisch haast. Je moet dus best sterk in je schoenen staan om niet met de stroom mee te gaan. Om je eigen tempo vast te houden en je eigen pad te volgen.
Zoals gezegd: mijn stem verdiende wat aandacht om de opleidingsdagen van de Kernopleiding Beelddenken, die in januari weer vol van start gaan, vol te kunnen houden. Gelukkig heb ik een meisje gecoacht wiens moeder een redelijk beelddenkvriendelijke logopedist is, dus ik maakte een afspraak. En ik begon aan het proces van het bevrijden van mijn stem.

Zeggen wat je dwars zit
Dat klinkt zo makkelijk: gewoon zeggen, als er iets is hoor! Voor mij, en velen met mij, is dat het moeilijkste wat er is.
Voor sommigen een open deur, voor anderen totaal nieuw: aan iedere lichamelijke klacht zitten emotionele aspecten, soms zelfs trauma’s, gekoppeld. Zo waren al mijn spieren van wenkbrauw tot borstbeen al jaren verkrampt omdat ik al heel jong had geleerd dat ik niet alles kon zeggen wat ik dacht, want dat kan niet, hoort niet of wat ik zij kon onmogelijk waar zijn. Als je steeds op je woorden moet letten, als je niet weet wie je wel kunt vertrouwen en wie niet met jouw eerlijke antwoorden en gedachtes, krijg je een opstapeling wat van micro-trauma die zich vast zet in je lijf. Om precies te zijn het zenuwstelstel. Hoe het precies werkt, weet ik niet. Wel hoe het voelt. Het wordt onmogelijk om te zeggen wat je dwars zit omdat je dat soort gevoelens steeds verder wegstopt. Niet voelen lijkt een betere optie dan wel voelen en alles voor je moeten houden. Echter moeten al die emoties wel ergens heen, want niet voelen bestaat niet. Het uit je bewuste denkprocessen weren kan wel. En daar ben ik heel goed in. Zo goed dat ik dus 10 jaar geleden ben begonnen om beetje bij beetje alle trauma’s in mijn lijf op te sporen en te verwerken. Beetje bij beetje want het was zoveel dat ik dat nooit in één keer had aangekund.

Bevrijd je stem
Ik wil het natuurlijk wel kunnen. Zeggen wat er is. En een ontspannen lijf zonder trauma. Nu ging ik voor dat laatste niet naar logopedie. Ik ging daar heen om beter te leren praten. Nou ja, om het langer vol te kunnen houden zonder keelpijn. Dus begon ze met mijn ademhaling, die veel te hoog zit. Logisch. Ook niet nieuw voor mij, want ik heb niet voor niks 7 jaar aan yoga gedaan. Ok, gaan we lekker onder in de buik ademen. Dat viel dus tegen. Maar goed, met een beetje oefenen lukte het weer. En dan dus oefeningen om de uitspraak te verbeteren. Logisch. En vooral veel oefeningen om mijn gezicht te ontspannen, vooral mond en kaak. En alles wat daaraan vast zit. Mijn hele gezicht dus. Eigenlijk alles wat tussen mijn wenkbrauwen en borstbeen zit, is zo verkrampt (al jaren) dat het wel beton lijkt. De verschillende spieren zijn gewoon niet meer te onderscheiden.
Heb je daar dan nooit last van?
Tuurlijk wel!
En ook al van alles aan gedaan, laten doen. Vooral dus leren ontspannen, minder stress (wat onmogelijk is met thuiszitters), massages en weet ik wat allemaal niet meer. Alleen dit stuk van mijn lijf was nog nooit zo aan bod gekomen. Gelukkig kan mijn logopedist ook masseren. En dat deed ze. Elke week weer tot het los kwam. Wat er los kwam?
Alle emoties en gevoel behorend bij de meest ellendige jaren uit mijn leven. Diep weggestopt in mijn onderbuik. Maar ook alles wat ik inmiddels niet meer tegen heel veel mensen durfde te zeggen, vond z’n weg naar buiten. Heftige weken. De logopedie-trein moest ook echt even op een ander spoor. Voor een redelijk beelddenkvriendelijke logopedist is dat geen probleem. Dat gecombineerd met meer tijd voor mijzelf in mijn agenda, meer bewegen en liever eten (de tijd nemen om wat lekkers voor jezelf te maken) maakt dat ik nu denk: het gaat me toch lukken. In januari is mijn stem vrij om dat te doen wat ik graag wil, en nog belangrijker: dat te zeggen wat ik wil zeggen. Kan ik, na enige bedenktijd, wél zeggen wat er is! En anders in ieder geval zeggen: d’r is iets, kweet nie wat maar dat kump nog wel.

Ik wil wel maar ik kan niet!
Ik zal van mijn klanten, kind of volwassen, nooit iets vragen wat ze niet kunnen. Heel vaak kan het wel, maar alleen niet op de manier die “normaal” is. Of niet op de manier zoals ik het doe. Of er ontbreken belangrijke voorwaarden om het te kunnen. Een simpel voorbeeld: de dagelijkse hulpverlening van een klant van mij wil graag dat hij zelf zijn bovenwoning leert schoonhouden. Of gaat schoonhouden. Het lijkt namelijk of ie niet wil. Dan weer dat ie het niet kan. Is er te moe voor. Maar wat niemand tot nu toe ziet: hij wil het wel maar kan het niet! Want de meest basale dingen die in een woning thuis horen, zijn er niet. Geen fatsoenlijke stofzuiger, maar 1 prullenbak, geen toiletborstel, het is niet opgeruimd, een kapstok en andere handige dingen om de spullen te kunnen opruimen. Zijn woning is vergelijkbaar met een puber die vast loopt en het allemaal niet meer weet. Iemand die vast loopt, meestal op school of werk of in de systemen, verwaarloost zichzelf, z’n leefruimte, z’n sociale contacten, eigenlijk alles, tot het zo’n puinhooop is dat je daar alleen nooit meer uit komt. Want waar begin je? En wat dan daarna? Hoe hou ik het dan schoon? En is het de moeite wel want als ik me dan nog steeds zo verschikkelijk rot voel, wordt het toch weer een puinhoop?

Dan moet je het dus niet eens samen doen, maar het voor hem doen. Zodat er ineens weer een fijn en schoon huis is, er alles aanwezig is wat er hoort te zijn zodat hij kan leren hoe hij dat zelf doet. Of misschien wel blijkt dat ie dat allang kon maar de motivatie gewoon ver te zoeken was. Ik blijf tijdens dit hele proces en ook daarna altijd naast mijn klant staan. Ik ga pas weg, als mijn klant zegt: nu kan ik het wel alleen. Bedankt voor alle hulp.
Dat doet mijn logopedist precies hetzelfde. Want mijn lijf is ook net een kamer van een puber. En ik ben nu zover dat het bijna opgeruimd en weer normaal is. Ik laat haar pas los als ik zeker weet dat het niet weer terug gaat naar het oude. Mijn stem weer ingeperkt wordt. Mocht dat na maanden (of jaren) toch gebeuren, is ze niet meer dan een appje van mij vandaan. Ook dat ben ik voor al mijn klanten, nieuw of oud: ik ben maar een appje bij ze vandaan. Want als je wel wilt maar je kunt het (nog) niet, zijn de wonderen de wereld nog niet uit.

Liefs Miranda

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *