Heel mijn leven heb ik al te maken met regelmatig over mijn grenzen heen gaan. Doen wat anderen van je verwachten, doen wat je moet doen en vooral: doorgaan, hoe dan ook! Net zolang tot mijn lijf of brein (of allebei samen) zeggen: afgelopen, nu stop je!
Een burn-out, zo heet dat dan. Je bent opgebrand en kunt geen stap meer zetten. Je voelt je machteloos, hopeloos, verslagen, totaal overgeleverd aan iets waar je geen grip op hebt, waar je niet om hebt gevraagd en wat je leven totaal overhoop gooit.
Grenzen voelen
Als kind word je geleerd om je grenzen te overschrijden. Je voelt ze in de vorm van pijn, weerstand, een vol gevoel of misselijkheid. Je lijf heeft meerdere manieren, meestal passend bij dat onderdeel van je lijf waar de grens bereikt is, om aan te geven dat je moet stoppen met wat je aan het doen bent. Om je te kunnen ontwikkelen moet je steeds een beetje verder gaan dan je op dat moment kunt. Zo kom je verder met kruipen, lopen, fietsen, leren op school, sporten. Op zich geen punt want als je de randen niet opzoekt, ontwikkel je je dus niet. Spierpijn hoort bij een lijf dat zich ontwikkeld, dat weten we allemaal vanuit de sport. Blessures echter niet. En ook dat kennen we vanuit de sport. Of gaan wandelen of het festivalseizoen. Het hele jaar zit je voornamelijk in een stoel en dan in eens ga je 4 dagen op de Zwarte Cross genoeg stappen maken dat je weer een jaar op je stoel kunt blijven zitten. Ook als je geen of weinig alcohol drinkt tijdens een festival (het feestje is zo al leuk, echt waar) heeft je lijf een hoop te verduren. Die grens geeft het echt wel aan, maar je hebt het er voor over om daar een paar dagen flink last van te hebben. Het hersteld wel weer. En dat doet het.
Best veel mensen doen dit echter andersom: het hele jaar lopen ze op hun tenen, energie huishouding niet in balans en dan moeten een paar weken vakantie voldoende zijn om totaal te herstellen. Voortdurend over je grenzen heen gaan zorgt ervoor dat je ze niet meer voelt. Je komt in de overleefstand. Jouw normaal is er eentje van een lijf dat het net vol houd en een brein dat z’n best doet alles te compenseren. Tot de stoom uit je oren komt en je brein het dus niet meer doet. Wat je op dat moment merkt, dat niet meer doen, is het terugvallen op je basisuitrusting aangestuurd vanuit je dominante hersenhelft. De basisfuncties van je lijf en brein, doen het in principe altijd. Zo niet dan beland je in het ziekenhuis. Wat uiteraard niet ondenkbaar is als je jarenlang in de overleefstand staat. Je bouwt geen reserves meer op, je put jezelf uit. Of zoals mijn huisarts zegt: je pleegt roofbouw.
Hoe herken ik een naderende burn-out?
Dat is niet voor iedereen hetzelfde. Het is dus erg belangrijk dat je je eigen lijf en brein goed kent. Jezelf dus. Voor mij zijn het de volgende tekenen:
- Ik heb geen tijd om mijn nagels te verzorgen. Knippen lukt omdat het wel moet.
- Mijn planten binnen en buiten worden vergeten. Ik erger me wel aan de miserabele toestand waarin ze zijn, maar kom er toch niet toe om er wat aan te doen. Denk geen tijd te hebben.
- Algemeen: iedereen zeurt aan mijn kop en ik heb nergens tijd voor.
- Ik ga minder eten. En ongezonder. Want ook daar gun ik me de tijd niet voor.
- Besteed veel tijd aan mijn werk en hou alles in eigen hand. Hulp vragen komt wel in me op maar niet tot uitvoering.
- Ik maak het iedereen om me heen naar het zin en als je vraagt hoe het met mij gaat, gaat het goed. Of het gaat niet goed maar dat komt wel goed. Paar daagjes vrij gaan wonderen doen. (ja, ja)
- Mijn dieren krijgen eten, aandacht alleen omdat ze het opeisen maar meer zit er niet in. Zelfde geldt trouwens voor mijn kinderen en vrienden. Ik wil wel anders en vaak lukt het dan ook even wel (anderen moeten wel tevreden zijn immers) maar niets langdurigs.
- Er blijft steeds meer werk liggen.
- Er blijft steeds meer rommel liggen thuis. Letterlijk en figuurlijk waardoor mijn hoofd vol loopt.
- Ik slaap slecht, moet er s’nachts steeds vaker uit. Slaap steeds meer, maar voel me niet fitter.
- Ik wandel niet meer of vergeet energetisch werk te doen.
- Tv kijken zonder te stoppen, de ene na de andere aflevering en serie kijken. Tot Netflix uit is.
- Scrollen op je telefoon, apps openen om het apps openen.
- De mensen om mij heen die mij goed kennen beginnen te zeuren dat ik rust moet nemen. Ik maar roepen dat ik daar geen tijd voor heb. Of het zeker zal doen, wat ook zo is, maar….
Oftewel: De signalen zijn er, ik ken ze ook, toch stop ik niet eerder dan dat mijn lijf ingrijpt. Ik doe wel een een beetje, maar dat is niet genoeg. Hoe dit te voorkomen, kom ik in een ander artikel op terug.
Nu gaat het even over als me het overkomen is. Wat is dan het eerste wat ik doe. En dus ook wat ik jou adviseer te doen. Als je vast loopt, moet je pas op de plaats maken, tijd nemen om weer overzicht te krijgen zodat je kunt stoppen met symptomen bestrijden en de onderliggende oorzaken aanpakken zodat je duurzaam hersteld.
Bed, bad en brood

Bed, bad en brood is het enige wat je hoeft te doen als je vast loopt. Dat is namelijk het minimale wat een asielzoeker in Nederland krijgt, dat is ook het minimale dat je nodig hebt om in leven te blijven. Op dit moment is dat ook het enige dat jij nodig hebt: in leven blijven. Bed, bad, brood en Netflix zoals een klant van mij eens zei. Lekker op de bank, in je piama of iets anders wat lekker zit en niets hoeven. Na een paar dagen merk je hoe erg het eigenlijk met je is. Dat is niet leuk, dat vertel ik je vast. Huilend je realiseren dat het echt niet gaat. Zelfs niet een klein beetje. Deze realisatie is nodig, want dat is het begin van het herstelproces. In het schema herstel na een burn-out/ bore-out noemen we dit het dieptepunt.
Heb je kinderen, dan is het ook helemaal prima om hen ook niets meer te geven dan te eten, zorgen dat ze schoon zijn en kunnen slapen. Als dat dan betekent dat ze een paar dagen niet naar school gaan, is dat geen punt. Zorg komt voor onderwijs. Als zij zelf niet vast lopen(op school of thuis), vermaken ze zich zelf wel. Ze vinden het ook heel leuk om nu eens voor jou te zorgen. Jij doet dat al zo vaak voor hen. Dat geldt uiteraard voor vaders en moeders. Kun je iemand vinden die ze voor jou naar school brengt en op haalt, is dat uiteraard ook prima. Doe wat goed voelt. Een paar dagen met de kids op de bank tv kijken kan juist nu ook heel fijn zijn.
Het dieptepunt
Wat is dat dan, dat diepte punt. Het is het punt waarop je het gevoel hebt met je rug tegen de muur te staan, je het eindpunt hebt bereikt, het niet slechter kan worden. Het punt waarop je ook niets meer te verliezen hebt. Er is sprake van moeheid, of totaal op, lusteloos. Je bent niet meer of onvoldoende in staat je werk te doen, ook thuis lukt het allemaal niet meer. Je hebt allerlei kwalen die normaal gesproken vanzelf over gaan maar nu niet. Of je hebt een acute kwaal, zoals een hernia, die ervoor zorgt dat je ineens tot stilstand komt. Voor iedereen is dit weer anders, hoe je lichaam reageert. Als je hulp inschakelt van de huisarts, in hoeverre helpt het dan? Slik je bijvoorbeeld paracetamol tegen pijn en heb je steeds meer nodig. Veel slapen is ook een symptoom. Of in ieder geval veel slaap nodig hebben. Het feit is wel: hoeveel je ook slaapt, je wordt toch niet uitgerust wakker. Al een hele tijd niet. Tot je niet meer inziet waarom je überhaupt nog uit bed zou komen. Wat heeft het allemaal nog voor nut.
Je humeur heeft er ook onder te lijden. Logisch, want je bent steeds sneller overprikkelt. Misschien zijn er wel meer ruzies in huis of juist minder omdat je die ontloopt. Je past je aan omdat je het er allemaal niet bij kunt hebben. Misschien heb je op dit punt al wel hulp. Voor je kind. Veel ouders van thuiszitters lopen zelf pas tegen dit dieptepunt aan als ze voor hun kind hulp hebben geregeld. Tot dan hebben zij de illusie volgehouden dat het met hen prima gaat. Het lukt allemaal nog wel. Bovendien komt alles goed als het met hun kind(eren) wel weer goed komt. Toch?
Zo werkt het niet. Dus: nu eerst zorgen voor rust. Rust in je lijf, je hoofd, je huis, je gezin. Even helemaal niets. Net zo lang tot je weer zin hebt om iets te gaan doen. Wat dan ook.
Tijdens dit proces kan het zijn dat je ziek wordt, er veel emoties los komen, trauma’s naar boven komen. Hoewel die vaak pas in een later stadium echt naar de oppervlakte komen. Daarvoor moet je eerst ruimte maken. Dat moet je ook om hulp (therapie, coaching) te kunnen ontvangen. Dus: bed, bad, brood en Netflix, of welke vorm van entertainment jij fijn vind.
