Gedrag veranderen
Iedere reactie op een situatie is gedrag. Datgene wat je doet, gecombineerd met wat je zegt. Dan maken we onderscheidt tussen gewenst en ongewenst gedrag. En juist dat laatste wil je veranderen zodat het gewenst wordt. Soms permanent, soms alleen in een bepaalde situatie.
Voorbeeld:
In de klas zijn twee kinderen die ruzie met elkaar hebben. Je hoort veel lawaai en eentje deelt een tik uit.
Taaldenker: hij pakte mijn boek af, dat mag niet en hij geeft het niet terug dus die tik. Oplossing: je geeft de jongen zijn boek terug, verteld dat hij de volgende keer niet moet slaan maar de juf in moet schakelen en klaar. Kids tevreden en juf tevreden.
Beelddenker: Jongen is op schoolreisje geweest. In de bus heeft een meisje hem continue vervelende dingen toegefluisterd (treiteren dus). Bij het uitstappen deed ze dat nog een keer en toen was voor de jongen de maat vol en heeft hij haar een tik gegeven. Dit omdat hij geen andere manier zag om van haar getreiter af te komen.
De juf zag de tik en ging daar op in: dat mag niet. De jongen legde uit waarom hij dat deed, vroeg eigenlijk zo om hulp bij een al langer durende pesterij. Ze herkende dit helaas niet, geloofde hem niet en het werd afgedaan met “jij mag niet slaan”.
Voor de jongen speelde mee dat hij al moe was, honger had, vol zat met veel prikkels want een schoolreisje is intensief voor een hem. Komt nog bij dat het meisje wel nieuw op school was maar hij haar al kende (ervaring uit het verleden), en hij werd op school wel vaker niet geloofd. Zijn rechtvaardigheidsgevoel zei hem dat het niet eerlijk was wat zij allemaal tegen hem zei. Dingen die niet waar waren en waar hij niets mee kon. En toen liep de emmer over, oftewel: barste de bom. Niet ineens maar langzaam aan. Ook al was dat voor de buitenwereld niet zichtbaar.
Praten over een geschil tussen twee mensen, het is opgelost want er is over gepraat en daarmee is de kous af, werkt niet bij beelddenkers want meestal komt de onderliggende oorzaak niet aan bod of boven tafel en dus blijft het sudderen. Het stapelt zich op en de bom barst. Naar buiten toe, externaliserend, of naar binnen toe, internaliserend.
Straffen en belonen
“Je mag bij oma logeren als je je goed gedraagt.” Wat is goed gedragen dan?
Of het collectieve begrip: “grote mond”. Over de definities die hieraan worden gegeven, kun je een boek schrijven. Collectief vinden we dat het niet kan en dat je straf krijgt als je het toch doet. Doordat die definitie niet duidelijk is, zelfs niet bij de persoon die de uitdrukking gebruikt (let er maar eens op!), ontstaan er verwachtingen(van de volwassene) waar je (als kind) nooit aan kunt voldoen.
In ons taalgebruik en onze gewoontes zitten heel veel van dit soort dingen, die we onder het mom van “normaal” overdragen op onze kinderen, aan andere opleggen en anderen ook op afrekenen. Zo duidelijk als we soms denken dat we zijn, zo onduidelijk zijn we dan. Voor taaldenkers is dit meestal geen probleem, die nemen dit soort regels gewoon aan. Leren ze ook vaak door vallen en opstaan. Beelddenkers denken heel snel en letterlijk en met gevoel. Daar zit het verschil. Zij moeten weten waarom het zo is. Zij bekijken zo’n regel van alle kanten wat veel vragen oproept.
Een beloning krijgen omdat je iets goed doet, is net zo oneerlijk en onduidelijk. Bijvoorbeeld geld voor je rapport. De cijfers op dit rapport doen meestal geen recht aan de inzet die je geleverd hebt. Zeker als je geen passend onderwijs krijgt is je rapport het cijfer voor aanpassen en compenseren. Taaldenkers worden beoordeeld op hun intelligentie en inzet, beelddenkers op aanpassen, uit het hoofd leren en compenseren en kunnen niet laten zien wat ze daadwerkelijk in hun mars hebben.
Beloningen op de werkvloer zijn natuurlijk niet weg te denken uit onze samenleving. Prestatie wordt beloond. Onderpresteren wordt bestraft. Dus als jij maar goed je best doet, komt alles goed. Krijg je je verdiende loon. En dat ligt er dus maar aan. Want als er in een bedrijf geen enkele sprake is van verbindende communicatie, vindt er geen afstemming plaats tussen directie en de werkvloer, tussen de diverse rollen en functies op de werkvloer, is de kans groot dat velen niet op de voor hen beste plek werken. Die beste plek is dan de plek waar je talenten het best tot hun recht komen, gebruikt kunnen worden. En datgene wat je moeilijk vindt, wordt ondersteund of door iemand anders gedaan.
Verbonden zijn met jezelf is voor iedereen van belang, dus werknemer en werkgever, om goed te kunnen presteren. Sta je in verbinding met jezelf, dan is er ruimte om met de ander af te stemmen. Om dan te kijken wat is de behoefte van de ander. Krijg jij jouw behoefte vervuld, ben je ook in staat om de behoefte van de ander te vervullen.
Mensen die leren van straf zijn die mensen die bang zijn voor die straf (vaak fysiek of psychisch geweld) en al door de dreiging hun gedrag aan gaan passen. Mensen die niet zo bang zijn maar ook niet genoeg zeker van zichzelf zijn dat ze het risico nemen op straf (of consequenties) passen hun gedrag tijdelijk aan. Anderen staan onverschillig tegenover straf, het deert hun niet of ze weten dat de straf hoogstwaarschijnlijk toch niet uitgevoerd zal worden.
Voor beelddenkers heeft opvoeden vanuit de verbindende communicatie de voorkeur omdat dit aansluit bij hun grote rechtvaardigheidsgevoel. Een straf sluit hulp uit en maakt dat ze niet zullen leren hoe het een volgende keer anders kan. Gebruik straf alleen voor die momenten dat het echt niet anders kan.
Gedrag sturen met hulp van verbindende communicatie zorgt voor een relatie gebaseerd op gelijkwaardigheid en vertrouwen. Gelijkwaardigheid betekent niet dat je ook dezelfde verantwoordelijkheden hebt. Een volwassene heeft andere en meer verantwoordelijkheden dan een kind.
Net als je je beide hersenhelften nodig hebt om te kunnen functioneren, heb je ook het straffen en belonen soms nodig naast de verbindende communicatie. Beiden zitten in ons systeem, het ene is alleen meer ingebakken in onze samenleving dan de andere. Net als taaldenken t.o.v. beelddenken.
Verbindende communicatie
Verbindende communicatie is een manier van communiceren waarbij je een verbinding, lijntje legt, connectie maakt (afstemt) met de ander. Maar ook met jezelf. Daarbij doe je recht aan behoefte, gevoel en de gedragsuiting die daaruit voort komt. Communiceren doe je dus niet alleen met woorden, maar ook met je lichaam en je gedrag. Dus alles wat je zegt, doet, laat, voelt naar jezelf en naar de ander toe. Het omvat alles.
Communicatie is ook altijd twee richting verkeer. Het volgende model geeft het heel mooi weer:

Ben je in verbinding met elkaar, dan is er sprake van evenwicht. De boodschap van de zender heeft die codering (taal) die de intentie (bedoeling) weergeeft zodat de ontvanger ook precies dat begrijpt wat de zender wil dat de ontvanger begrijpt. Zo niet, stelt de zender zijn taal bij. Net zo lang tot zijn boodschap wel goed overkomt.
Uit verbinding
De verbinding raak je kwijt op verschillende manieren. Bijvoorbeeld bij stress. Dan blokkeert je hele systeem, kun je niet meer denken en ook niet verbinden. Je reageert alleen nog maar voor je eigen verdediging.
Als je gaat oordelen. Bijvoorbeeld als twee kinderen aan het vechten zijn, krijgt er eentje de schuld en direct om de oren. Terwijl je helemaal niet weet wat er precies aan de hand is. De tegenhanger hiervan is veroordelen. Dan wordt er eerst van beide kanten naar het verhaal geluisterd en worden alle feiten verzameld. Dan kan er een rechtvaardig oordeel geveld worden.
Bekritiseren: de lat zo hoog leggen dat je er nooit aan kan voldoen. Jijzelf of de ander. Of de vaardigheden van jezelf of de ander in twijfel trekken.
Labelen en in hokjes plaatsen: niemand past in een hokje. Aannemen dat iemand met autisme niet kan communiceren waarmee je de deur dicht gooit dat deze persoon dat nog gaat leren. Overtuigingen ontstaan op deze manier: je hebt zo vaak gehoord dat je druk bent, dus geloof je dat zelf. En gedraag je je dus ook zo.
Het remt de ontwikkeling van kinderen maar zeker ook volwassenen.
Vergelijken: iedereen van jouw leeftijd kan dit, dus jij moet dat ook kunnen? Cijfers zijn ook bedoeld om te vergelijken. Men neemt aan dat ze kloppen, koppelt er allerlei verwachtingen aan en voorspellingen. Zonder precies te weten hoe dit specifieke cijfer tot stand is gekomen.
Verwachtingen, wel of vaak niet uitgesproken. Een half woord kan al genoeg zijn om iemand het idee te geven dat ie dus niet aan jouw verwachtingen heeft voldaan. Als je ineens, uit het niets op de kop krijgt heb je geen idee wat je overkomt. Maar zeker bij gevoelige mensen hakt het er wel enorm in. Met een stressreactie van het lijf en brein tot gevolg. Wordt er vervolgens ook nog eens steeds wel gezegd wat er fout is maar niet aangegeven wat dan wel goed is (de verwachting), ben je niet alleen de verbinding kwijt, maar wordt de kloof tussen bijvoorbeeld ouder en kind steeds groter. Of tussen leraar en leerling, werknemer en werkgever.
Verbinding met jezelf kun je ook kwijt raken. Hoog gevoelige mensen sluiten zich vaak af van het voelen, omdat alles binnen komt en het erg veel kan zijn.
Je herkent het als je merkt dat mensen graag alles zwart wit zien. Meer smaken lijken ze niet te kennen. Het is het krampachtig orde willen brengen in een wereld die alles behalve zwart-wit, overzichtelijk, is.
Een ander fenomeen is het vooral wijzen naar anderen. De grap is dat mensen die dat doen, dit zelf vaak niet door hebben. En juist anderen hiervan beschuldigen. Hoe meer je wijst naar een ander, hoe moeilijker je het vind om naar jezelf te kijken. Dan moet je namelijk ook verantwoordelijkheid gaan nemen. En gaan voelen. Daar zit het pijn punt. Hoe groter de weerstand om wel naar jezelf te kijken en te voelen wat daar zit dat aandacht en waarschijnlijk ook heling nodig heeft, hoe groter verdriet en pijn (trauma) er achter zit. Communiceer je verbindend, dan help je de ander om toch daarna te gaan kijken. Niet met geweld, maar met respect.
Verbindende communicatie gaat uit van wederzijds respect en gelijkwaardigheid. Kan er best verschil zijn in verantwoordelijkheid (gezag). Een ouder heeft nu eenmaal meer verantwoordelijkheden dan een kind. Een directeur meer dan een werknemer.
In dit verband wil ik het ook even hebben over voorwaardelijke en onvoorwaardelijke liefde. Je krijgt mijn liefde als jij doet wat ik zeg, is wat bij straffen en belonen het geval is. Dan dwing je het af. Er zijn voorwaarden waar je aan moet voldoen. Dit werkt bij beelddenkers absoluut niet. Het voelt namelijk niet eerlijk. Liefde is iets wat je voor iemand voelt of niet. In welke vorm of hoeveelheid dan ook. Zonder voorwaarden. Iemands liefde kun je dus ook niet verliezen. Zeker kinderen zijn hier regelmatig de dupe van als volwassenen (ouders, leerkrachten, groot ouders, enz) zich er niet bewust van zijn dat zij zo met de gevoelens van het kind spelen. Manipuleren, chanteren, omkopen zijn technieken die hier bij gebruikt worden om van een kind (de ander) iets gedaan te krijgen of om gedragsverandering te bewerkstelligen. Bij beelddenkers, zeker die met een “sterke wil”, heeft dit als resultaat dat ze deze technieken ook gaan gebruiken. En niet alleen bij de volwassenen in hun leven. Het zorgt voor het ontbreken van verbinding tussen volwassene en kind. Maar ook verlies van de verbinding met jezelf. Je dwingt de ander tot liegen en bedriegen om te overleven. Raakt in een vicieuze cirkel waar je niet zomaar weer uit komt.
Verbindende communicatie in stappen.
Verbindende communicatie kun je heel goed vergelijken met het hooggevoelig denkproces. Als je dezelfde stappen volgt kom je altijd tot een diepere laag van de communicatie dan wanneer je vanuit gevoel en aanname reageert op de situatie. Hieronder hebben wij dat in een proces verbeeld.

Kind:
1: Ik heb een behoefte (honger)(rechtvaardigheid)
2: Behoefte komt van: Honger, dorst, slaap, kou, rechtvaardigheid, gevoel uit verleden. (honger) (Dat jongetje slaat een ander kind)
3: Wat kan ik doen om in mijn behoefte te voorzien (koekje vragen of koekje pakken) (ingrijpen door boos te worden of weglopen)
4: Meerder mogelijkheden met meerdere consequenties (als ik koekje vraag zegt mama dat we zo gaan eten, als ik koekje pak wordt ze boos, als ze het niet merkt heb ik geen honger meer) ( als het jongetje terugslaat krijgen we ruzie maar hij houdt wel op met het kind te slaan, als de juf het ziet krijg ik op mijn kop, als ik niks doe blijft hij slaan)
5: Welke mogelijkheid geeft mij een goed gevoel? Met welke actie bereik ik mijn doel? (Als ik een koekje eet, heb ik geen honger meer) ( Als het jongetje stopt met slaan, kunnen we weer spelen)
6: Wat vindt de rest ervan?(mama wil niet dat ik een koekje eet, mijn vriendje heeft ook honger en wil wel graag een koekje) ( dat jongetje vind het wel leuk om met mij te vechten, de juf vind dat niet leuk, het kindje dat geslagen wordt zal heel blij zijn, als ik wegloop vind iedereen mij een lafaard)
7: Dit ga ik doen ( ik vraag een koekje) ( ik grijp in)
8: Gedrag in actie ( koekje wordt gevraagd)(slaat jongetje)
Ouder:
1: Ziet gedrag (kind vraagt koekje, ziet jongetje slaan die nu echt gaat vechten)
2: Waarom is dit gedrag er? (waarom wil het kind een koekje, voor de lekker of voor de honger?) ( waarom zijn die twee aan het vechten)
3: Hoe los ik dit gedrag op? Meerdere mogelijkheden ( koekje geven of even uitleggen dat we zo gaan eten en alvast iets gezonds geven vragen of het honger heeft) (Uit elkaar halen)
4: Welke alternatieven heb ik? ( even iets gezond eten , wachten, toch een koekje) ( zelf laten uitvechten, laten vertellen, uit de situatie halen)
5: Welke consequentie heeft elke reactie?: ( leert dat het wel mag eten maar geen koekje, kans dat hij bij het eten over de honger heen is, gedrag wordt heel lastig vanwege innerlijke nood, vriendje loopt boos weg)( kan escaleren, kan weer goedkomen als ze hun agressie even kwijt zijn, kan zijn dat ik de waarheid niet achterhaal, een van de twee de schuld geven terwijl die niet de aanstichter was, boze moeder op de stoep)
6: Welke reactie geeft mij het beste gevoel?: ( Een blij kind en een oplossing die altijd werkt)( als ik ze leer het zelf op te lossen kunnen ze het bij de volgende ruzie zelf oplossen)
7: Beste oplossing kiezen in het belang van iedereen ( even iets gezonds eten, ook het vriendje) ( allebei hun verhaal laten vertellen en goed luisteren, niet aannemen wat de grootste mond te vertellen heeft, omstanders vragen wat de aanleiding was)
8: Ben ik tevreden met de oplossing, of had het toch anders gemoeten? Dat weet je pas achteraf.
Bovenstaande tekst komt uit het Kerndeel hooggevoeligheid en trauma van de Online Kernopleiding Beelddenken van het Beelddenkende Brein
