Dominantieprofiel

Beelddenken v.s. taaldenken

Je dominantieprofiel is de basisuitrusting die je bij de geboorte van je vader en moeder hebt meegekregen en die blijft je hele leven hetzelfde. Je leer-DNA. Je dominantieprofiel bestaat uit de combinatie van je dominante hersenhelft en je dominante zintuigen. Hierbij bepaalt je dominante hersenhelft hoe je informatie verwerkt en je dominante zintuigen welke informatie voorrang krijgt in het gedachteproces. Tijdens de basisschooltijd denk je vooral met je dominante hersenhelft. Als je ouder wordt ontwikkelt je brein steeds verder en kun je steeds gemakkelijker gebruik maken van al je hersenfuncties en gaan je hersenhelften steeds beter samenwerken. Als je stress hebt of je moet iets nieuws leren, val je weer terug op je basisuitrusting. Het blijft dus wel een belangrijke rol spelen, ook als je volwassen bent. Hoe hoger je intelligentie, des te sneller je brein ontwikkeld en des te eerder je hersenhelften kunnen samenwerken. Maar dat wil niet zeggen dat je altijd alles zomaar kan. Maar wel dat je het kunt leren. En dat je dan weet of dat via de beelddenkmanier of de taaldenkmanier het makkelijkst gaat.

En daarmee komen we dus ook bij het nut van het weten welke zintuigen bij jou dominant zijn. Welke informatie dus voorrang krijgt bij de verwerking. Als beelddenker moet je het beeld in je hoofd compleet zien te krijgen. Leer jij auditief dan heb je niet voldoende aan een voorbeeld of plaatje maar moet daar ook geluid (gesproken woorden) bij. Zo lees ik mezelf hardop voor als ik goed wil lezen en begrijpen wat er in een tekst staat. Sinds ik weet dat ik auditief leer, scheelt me dat heel veel leestijd. Door gebruik te maken van muziek zorg ik ervoor dat ik mij veel beter kan focussen tijdens mijn werk. Maar zorg ik er ook voor dat ik niet uren onder de douche sta. Beelddenkers gaan over het algemeen wat flexibeler met tijd om dan taaldenkers. De indeling van tijd die we gebruiken en de structuur en orde die dat met zicht mee brengt, is echt bedacht door taaldenkers en dus perfect voor hen. Om te kunnen creeëren, heb je ruimte nodig. In je hoofd maar ook in tijd. Oplossingen voor ingewikkelde vraagstukken worden niet bedacht onder tijdsdruk, maar juist door daar even afstand van te nemen en je beelddenkende brein alle ruimte voor associëren en combineren te geven. Door je dominantieprofiel te bepalen, ken je jouw sterke kanten maar ook je zwakke en kun je daar optimaal gebruik van maken. Als het gaat om het verkrijgen en verwerken van zintuiglijke informatie: leren dus. Leren en het geleerde toepassen doe je elke dag. Bewust en onbewust. Taaldenker en beelddenker. Maar niet allemaal op dezelfde manier dus.

Je hersenhelft bepaald dus hoe informatie verwerkt wordt. Vanuit het geheel
terug naar de details, via begrip of stap voor stap via automatiseren. De rest van
je dominanties bepalen welke informatie jouw brein krijgt. Zintuigen zijn
kruislings verbonden met je hersenhelften. De rechterhand, oog, oor en voet zijn
dus verbonden met de linkerhersenhelft en andersom. Als je dus denkt met je
linkerhersenhelft dan komt de informatie vanuit je rechterkant van je lijf dus
ongehinderd aan en kan gelijk verwerkt worden. Is een van je zintuigen echter
links dan zal die informatie een langere weg af moeten leggen en dus niet direct
gebruikt kunnen worden. Dat noemen we geblokkeerd. Hoe meer zintuigen
geblokkeerd zijn des te lastiger kun je jou leerstijl gebruiken. Kan er wel weer
voor zorgen dat je de eigenschappen van de andere hersenhelft makkelijker kan
gebruiken.

Na het afnemen van jouw dominantieprofiel is het dus duidelijk of je een taal- of beelddenker bent en hoe ij het gemakkelijkst leren. Handig om te weten voor kinderen en jongeren, maar zeker ook voor volwassenen. Je bent nooit te oud om te leren. 😉