Burn-out, bore-out en depressie

De symptomen van een burn-out, bore-out en van een depressie kunnen aardig overeenkomen. Maar de oorzaak is in alle drie de gevallen helemaal anders waardoor ook de oplossing op een ander vlak gezocht moet worden. Daarbij is ook de kennis van het persoonlijkheidsprofiel van de betreffende persoon van belang. Daar is vaak al een deel van de oorzaak te vinden. De gevoeligheid voor depressie heeft vaak een genetische oorsprong welke los staat van beelddenken en taaldenken. Beelddenkers zijn vanuit hun profiel wel vatbaarder voor burn-out en bore-out en van daaruit ook vatbaarder voor depressie maar hebben daar zeker geen monopoli-positie op. Ook taaldenkers kunnen last hebben van alledrie.

De symptomen van een burn-out.

Een persoon die in een burn-out zit kan vaak niets anders meer dan slapen. Naar de wc gaan is eigenlijk al teveel. Wat je al eerder op kunt merken is dat je concentratie achteruitgaat, dat je geestelijk moe bent en dat je niet goed meer kunt onthouden. Is de burn-out een feit dan kun je zelfs dingen waar je normaal gesproken niet zo heel veel moeite voor hoeft te doen niet meer uitvoeren. Je hebt bijvoorbeeld een hele dag nodig om simpele huishoudtaken te doen. Ook de zorg voor jezelf is één van de eerste dingen die niet meer gedaan worden. Niet op woorden kunnen komen, simpele rekenopgaven niet meer kunnen. Heel frustrerend.

Daarnaast blijft je hoofd maar malen en piekeren, alles is teveel. Daarbij komt dan vaak ook de fysieke overprikkeling waar je normaal gesproken veel minder last van hebt. Dat maakt dat je een ontzettend kort lontje hebt, je kunt niks meer hebben. Je hebt een gejaagd gevoel en slapen lukt ook al niet zo goed.

Natuurlijk hoef je niet al deze bovenstaande symptomen te hebben om een burn-out te hebben. Een burn-out kan zich langzaam opbouwen, over meerdere jaren, waardoor je langzaam gewend raakt aan jouw overprikkeling. Je gaat dan steeds minder van jezelf verwachten totdat de maat ineens echt vol is. Vaak is er maar een kleine aanleiding waardoor de emmer echt overloopt en dan is er geen weg meer terug. Dan moet je eerst dealen met je burn-out voordat je weer verder kunt. In een voorstadium kun je het vaak nog redden om naar school te gaan of om naar je werk te gaan. Hoe dan ook, er zijn drastische maatregelen nodig om de boel weer op de rit te krijgen.

Ook kinderen kunnen last hebben van een burn-out. Het betreft dan vaak hoogbegaafde kinderen of kinderen met een neurodiversiteit die in niet-passend onderwijs moeten fungeren. Het kan natuurlijk ook komen door omstandigheden (thuis) of een combinatie van beiden. Een burn-out kan al op de kleuterschool voorkomen. Probleem is dat er dan vaak niet aan een burn-out gedacht wordt en dat het kind wel naar school moet. Het moet doorgaan, en dat is funest.

De oorzaken van een Burn-out

De oorzaken van een burn-out zijn vaak stress-gerelateerd. De opeenstapeling van stress momenten zorgen ervoor dat je brein overbelast raakt en ermee ophoudt goed te functioneren. Daarbij val je automatisch terug op je dominantie profiel. Die stress-momenten kunnen komen uit je werk, uit de schoolsituatie of omdat er teveel ballen hoog te houden zijn. Als jij het net redt en er komt ineens nog meer bij door ziekte of overlijden of iets anders heftigs, dan kan het ineens niet meer.

Veel beelddenkers hebben een actief stress-systeem dat snel getriggerd wordt. Ook moeten beelddenkers vaker functioneren in een niet-passend systeem en hebben zij vaker te maken met gevoel. Dan is het potje altijd al halfvol en kan er gewoon minder bij voordat het overloopt. Als jij maar genoeg momenten hebt waarop je je emmertje weer kunt legen is dat geen probleem, maar als jij altijd over je grenzen gaat, geen nee durft te zeggen en je gevoel wegstopt dan is op een gegeven moment de rek eruit. Hun perfectionistische brein kan zelf de lat heel hoog leggen terwijl de omgeving daar nog een schepje bovenop kan doen, juist omdat jij het altijd zo goed doet. De buitenwereld weet niet hoeveel energie jou dat kost.

Daarnaast ervaren beelddenkers, sociaal als ze zijn, vaker sociale druk. Ze willen voldoen aan alle verwachtingen en willen ook doen wat de rest doet. Maar voor beelddenkers, zeker introverte beelddenkers, is die rollercoaster van het leven soms veel te veel. Maar hun brein vindt wel dat ze mee moeten doen met de rest.

Naast sociale stuk is er ook nog het stuk tijdsdruk. Taaldenkers hebben een ingebouwde klok die synchroon loopt met de echte tijd. Vandaar dat zij heel goed kunnen plannen en kunnen inschatten hoeveel tijd ze ergens voor nodig hebben. De klok van beelddenkers loopt niet synchroon met de tijd. Aan elke gedachte zit een tijdselement maar dat is geen lineair verband met de werkelijke tijd waardoor tijdsdruk soms echt blokkerend werkt. Hun brein kan onbewust niet inschatten of de taak haalbaar is in die tijd en blijft daardoor met die tijd bezig en blokkeert zo de rest van het denkproces waardoor je niks meer gedaan krijgt, juist terwijl je extra efficiënt moet werken als je maar weinig tijd tot je beschikking hebt. Wat hier ook meespeelt is dat beelddenkers het geheel compleet willen hebben van de taak die ze gaan doen, maar omdat alles met elkaar verbonden kan worden (en een beelddenkbrein dat ook doet) en gaandeweg meestal pas duidelijk wordt wat er allemaal bij komt kijken, is het ook niet in te schatten hoeveel tijd je dan nodig hebt. Door al die pootjes komt de taak ook nooit af, eigenlijk. Ook frusterend.

Bore-out symptomen

Duidelijke symptomen van een bore-out zijn een verstoord slaapritme en vermoeidheid. Doordat het brein geen uitdaging krijgt kan het niet ergens zijn tanden inzetten en raakt dus ook niet vermoeid. Maar niets doen, verveling maakt je lusteloos en zorgt ervoor dat je brein uit gaat staan. ‘s Avonds in slaap vallen lukt dan niet zo goed. Dat lukt pas na een lange tijd waardoor je ‘s morgens niet goed uitgerust wakker wordt en je dus vermoeid de dag door moet komen. Als dit lang voortduurt gaat je brein een heel ander ritme aanhouden. Vooral bij jongeren is het gevaar dat ze erop anticiperen dat ze toch niet in slaap vallen waardoor ze gaan gamen om maar moe te worden. Of omdat ze in Amerika nog wel wakker zijn en zij nog niet moe zijn en ze via internet, Discord en allerhande groepen wel de uitdaging krijgen die ze in het dagelijks leven missen. De globale community is altijd wakker en er zijn altijd mensen te vinden met dezelfde interesses. Een hele goede manier om inderdaad de uitdaging te vinden, om wiskundige problemen samen aan te vallen maar ook om spelletjes te spelen. Het zijn niet de uitdagingen die het brein echt nodig heeft om in het dagelijks leven te fungeren. Ze zijn wel een goede manier om het brein op ‘aan’ te krijgen. In ieder geval een goed graadmeter dat er in de dagelijkse praktijk te weinig uitdaging geboden wordt terwijl het brein er wel naar op zoek is. In tegenstelling tot een burn-out werkt meer rust nemen echter averechts.

De chronische vermoeidheid en het verstoorde slaapritme, maar ook het verhoogde stresslevel kunnen lichamelijke klachten veroorzaken. Migraine, buikpijn maar ook verlammingsverschijnselen, bloedneuzen of andere symptomen kunnen aan een bore-out toegeschreven worden. De eetlust kan afnemen omdat het brein in de uitstand staat.

Ondanks dat het brein eigenlijk extra uitdaging zoekt geeft het aan dat het weinig interesse meer heeft. De motivatie is ver te zoeken. Pas als er echt passende begeleiding en passende uitdaging geboden wordt, zal de motivatie weer toenemen. De bore-out leidt tot depressieve gevoelens waardoor er weinig hoop meer is op verbetering. Omdat een bore-out ook het stresssysteem inschakelt wordt het denkvermogen aangetast en kun je moeilijker bij je gevoel komen.

Bore-out oorzaken

Hoogbegaafde mensen en mensen met ADHD hebben een grotere kans op een bore-out omdat hun brein juist heel veel uitdaging zoekt. Vanwege het beelddenken en het snelle en diepe denkproces is het heel lastig om die benodigde uitdaging te krijgen. Juist omdat hoogbegaafde mensen zo snel en diep denken hebben ze ook veel informatie nodig die ze niet altijd krijgen. Pas als ze op een (werk) plek zitten waar ze zelf aan de benodigde informatie kunnen komen zijn ze op hun plek. Als ze steeds afhankelijk zijn van anderen dan ligt een bore-out op de loer. Hun denkproces is heel complex en moeilijk te verwoorden dus is het lastig om anderen om die informatie te vragen. Ze moeten zich continu aanpassen aan de omgeving waardoor er geen balans is in energieslurpers en -gevers. Die balans is wel nodig. Ook gaat alles zo traag omdat de rest van de collega’s of medeleerlingen niet zo snel kunnen denken als jij. Dat is ook een energieslurper.

Ieder mens moet taken doen die energie kosten. Wat voor de een energie oplevert kost de ander energie. dat heeft te maken met je dominantieprofiel,talenten en je interesses. Zo kan de een helemaal blij worden van administratieve taken terwijl een ander er juist een grondige hekel aan heeft. Ook je expertise heeft daarmee te maken. Weet jij exact wat je moet doen met een ingewikkeld boekhoudprogramma dan kan dat een uitdaging zijn waar jij je tanden in wilt zetten. Heb je geen idee dan is het een zoektocht zonder eind en kost het dus weer energie.

Als jij in een systeem werkt, of je zit op school, dan wordt er constant aan jou gevraagd om te verantwoorden hoe jij iets gedaan hebt. In een bedrijf willen ze graag dat je het standaard protocol volgt en op school moet je vooral je berekeningen opschrijven. Wat nou als jouw brein gewoon het antwoord weet? Dan kost het veel meer tijd en moeite om de berekening terug te beredeneren, tijd die je beter kunt stoppen in moeilijke opgaven. Maar als je die berekeningen niet opschrijft dan kan de leerkracht niet controleren dat jij het goed begrepen hebt en krijg je die moeilijkere opgaven ook niet.

Om een bore-out te verhelpen en voorkomen is dus goede begeleiding nodig die aansluit bij het snelle denkproces en die wel de juiste uitdaging geeft en de hiaten weet op te vullen. Maatwerk dus.

Depressie symptomen

De symptomen van een depressie komen grotendeels overeen met de symptomen van een burn-out of een bore-out. Er is dan vaak ook overlap of sprake van een burn-out of bore-out met depressie. Maar depressie kan ook op zichzelf staan en een hele andere oorzaak hebben.

Wat zeker overeenkomt zijn het gebrek aan interesse, de verminderde energie, een andere eetlust en een verstoord slaapritme.

Wat een depressie een depressie maakt zijn vooral de sombere gedachten die maar in een spiraal blijven rondgaan en alleen maar negatiever worden. Je voelt jezelf waardeloos en kan zelfs gedachten krijgen aan zelfdoding. Een van de manieren om toch nog iets te voelen is dan vaak zelfmutilatie. Vooral snijden is een bekende manier om toch nog iets te voelen. De depressie zorgt ervoor dat je je afsluit van je gevoel en helemaal niets meer voelt. de scherpe pijn van het snijden zorgt er dan voor dat je toch nog iets kan voelen. Mensen kunnen dit vaak heel goed verborgen houden. Naar de buitenwereld houden ze nog heel lang de schijn op dat het goed gaat maar vanbinnen zijn ze alleen maar verdrietig en somber. op het moment dat je het in de gaten hebt is een persoon vaak al ver heen en is er echt professionele hulp nodig.

Oorzaken van een depressie

Een van de belangrijkste oorzaken van een depressie bij beelddenkers is het overzien van de hopeloosheid van de situatie. Het onvermogen om uit de situatie te komen terwijl je ziet dat het anders kan en anders moet. Dat geldt voor kinderen die op school in het schoolsysteem gevangen zitten en doorhebben dat ze daar niet gaan krijgen wat ze nodig hebben en voor werknemers die gevangen zijn in hun financiële verplichtingen en zich gedwongen voleen om toch naar hun werk te gaan.

Daarnaast hebben ze vaak ook nog met zichzelf te maken. Het verwachtingspatroon van beelddenkers kan behoorlijk hoog liggen terwijl de gevoeligheid en het hooggevoelige denkproces een ingebouwde zelfcriticus heeft. Het is dus voor een aantal beelddenkers best lastig om aan hun eigen verwachtingen te voldoen en zodra ze falen wordt dat vaak door de omgeving bevestigd. Het opbouwen van een positief zelfbeeld kan dan best lastig zijn. Dat zelfbeeld zet zich vooral in de eerste acht levensjaren vast dus die eerste jaren zijn heel bepalend voor de gevoeligheid voor depressie op latere leeftijd. Naast het eigen verwachtingsprofiel en dat van de omgeving heeft ook de biologie nog een woordje mee te spreken. Ook in de genen zit opgesloten of je in meer of mindere mate gevoelig bent voor depressie en hormonen doen ook een duit in het zakje. Denk maar aan de baby-blues en de midlifecrisis. Hormonen hebben een grote invloed op je emoties. Daarover leg ik wat uitgebreider uit in het kerndeel breinkennis.

De aanpak vanuit Team Miranda

Dit schema vormt de basis van onze aanpak.